Les 6 – Verbroken relatie

Print Friendly

kastanje

In Les 5 heb je geleerd dat Gods liefde naar ons persoonlijk uitgaat en dat God een relatie wil. Je hebt ook geleerd dat God de mens daarvoor een vrije wil heeft gegeven. Een goede relatie kan immers alleen bestaan als beide personen in die relatie daar zelf voor kiezen. In Les 6 hoor je meer over wat de mens met die vrije wil heeft gedaan en wat de gevolgen daarvan zijn.


Hieronder vind je achtergrondinformatie bij het onderwerp. Het is de bedoeling dat je die vóóraf doorneemt, om je optimaal voor te bereiden op de bijeenkomst.


Wat ging er mis?
Laten we om te beginnen nog eens kijken naar het begin: het verhaal van Adam en Eva. Zoals je in Les 5 hebt kunnen lezen, zocht God contact met hen toen ze iets fout hadden gedaan. Maar wat hadden ze nu precies fout gedaan? Wat ging er mis?

Het begon allemaal zo mooi… Adam en Eva mochten wonen in de Tuin van Eden. Die plaats wordt ook weleens het Paradijs genoemd, omdat het er zo goed was. Er was bijvoorbeeld geen pijn, ziekte of dood. God gaf Adam en Eva het beheer over deze prachtige plaats. Ze hadden alles wat hun hartje begeerde en kwamen niets tekort.

Adam en Eva mochten alles eten wat de tuin opbracht – met één uitzondering. In het midden van de tuin stond een bepaalde boom waarvan ze de vruchten niet mochten eten. God had Adam en Eva duidelijk verboden om de vruchten van die ene boom zelfs maar aan te raken. En God had hen ook gewaarschuwd wat er zou gebeuren als ze dat toch zouden doen: daar zou de dood op volgen.

Toch at Eva wat van die heerlijk uitziende vruchten. Daarna gaf ze wat aan Adam, en ook hij at ervan. Adam en Eva maakten dus bewust de keuze om in te gaan tegen wat God hun had gezegd. Dit kun je nalezen in Genesis 3:1-7.

Natuurlijk had God ook een soort robots van Adam en Eva kunnen maken, die zo geprogrammeerd waren dat ze alleen konden doen wat God wilde. Maar omdat God een wederkerige relatie wilde, gaf Hij hun de vrijheid om keuzes te maken. Dus ook de vrijheid om ongehoorzaam te zijn. En dat gebeurde.

Dit zorgde voor een breuk in hun relatie met God. God zocht Adam en Eva nog wel op, maar ze waren bang en schaamden zich. Er was iets onherroepelijk kapotgemaakt. Daarom besloot God om Adam en Eva weg te sturen uit het Paradijs. Liefdevol maakte God nog kleren voor hen en trok hun die aan, omdat ze zich schaamden voor hun naaktheid. Maar zoals het was, kon het nooit meer worden.

Wat zonde!
Misschien vraag je je af waarom God zo reageerde. Zo’n grote fout lijkt het niet, toch? Adam en Eva hadden ‘slechts’ gegeten van een vrucht. Er zijn wel ergere dingen, zou je kunnen denken. Maar het gaat om het principe. Er was slechts één ding dat niet mocht, en daar was God van tevoren heel duidelijk over geweest. Toch kozen Adam en Eva ervoor om die ene regel te overtreden. Het gaat er niet zozeer om wát ze precies verkeerd deden; het punt is dát ze iets verkeerds deden. Ze gingen tegen Gods wil in. Dat wordt ook wel ‘zonde’ genoemd.

Zonde… Het lijkt misschien een zwaar woord. Maar eigenlijk betekent het gewoon ‘je doel missen’. Dat blijkt ook uit de manier waarop het in de Bijbel wordt gebruikt. Klik hier om daar meer over te lezen.

‘Zonde’ in de Bijbel
Ook uit de Griekse grondtekst van de Bijbel blijkt dat zonde in feite ‘je doel missen’ betekent. In het Grieks worden namelijk de woorden ‘hamartia’ en ‘hamartema’ gebruikt. Deze woorden waren afgeleid van een begrip uit de sport boogschieten, dat werd gebruikt als de pijl – letterlijk – het doel miste.

En het is ook min of meer hoe we het woord terugzien in het dagelijks spraakgebruik. Stel, er glipt een kopje uit iemands handen en het valt stuk op de grond. “Wat zonde!” zeggen we dan. Daar was het kopje immers niet voor bedoeld. Het kopje mist als het ware zijn doel.

En dat is ook wat er gebeurde bij Adam en Eva. God had het zo mooi bedoeld… Hij wilde zo graag een relatie met Adam en Eva… Hij wilde voor altijd bij hen zijn en in volmaakte harmonie leven. Maar Adam en Eva maakten een andere keuze. Daarmee kozen ze als het ware tegen God. En daarmee misten ze ook hun ‘doel’.

Ook wij hebben de vrijheid gekregen om dingen te doen die tegen Gods wil ingaan. De Bijbel geeft veel voorbeelden van ‘zonden’: diefstal, moord, overspel, hebzucht, bedrog, losbandigheid, jaloezie, hoogmoed, drift, enzovoort. Herkenbaar? Dat heeft te maken met ons moreel besef. In Les 3 kwam het al even aan de orde: diep van binnen kennen we het verschil tussen goed en kwaad. Ergens weten we wel dat die dingen niet kloppen, dat het eigenlijk anders zou moeten, dat het zo niet bedoeld is.

Wat is de maatstaf?
Was Adolf Hitler ‘slecht’ en Moeder Teresa ‘goed’? Veel mensen zullen zeggen van wel. Hitler heeft immers verschrikkelijke dingen gedaan en Moeder Teresa stond juist bekend om haar goede werken voor de armen. Maar is het wel zo simpel?

We hebben dan wel een moreel besef, maar we zijn ook geneigd om daarbij een menselijke maatstaf te hanteren. Alsof sommige zonden heel erg zijn en andere niet zo. Om die reden vinden veel mensen ook dat het met henzelf wel meevalt: “Ach, ik heb toch zeker niemand vermoord… En ik heb ook nooit iets gestolen of zo… Ik leid best een goed leven. Het zal wel meevallen met die zonde van mij.”

Gods maatstaf is echter anders. Voor God zijn er geen grote of kleine zonden. Voor God is de maatstaf perfectie, zoals het eerst was in het Paradijs. Voor Hem komt elke zonde in feite op hetzelfde neer: het gaat ten diepste om ongehoorzaamheid. Zelfs de ‘kleinste’ zonde gaat in tegen Gods wil, bederft Gods mooie bedoeling.

Daarbij gaat het overigens niet slechts om dingen verkeerd ‘doen’. Volgens Gods maatstaf kan zelfs een gedachte zonde zijn. Jezus geeft daar een voorbeeld van in Matteüs 5:27-28.

Kortom: de lat ligt heel, heel hoog. Zo hoog dat eigenlijk geen mens daaraan voldoet. Adolf Hitler niet, maar Moeder Teresa ook niet. Het kunnen grote dingen of kleine dingetjes zijn. Maar dat maakt voor God niet uit. Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven: we kiezen allemaal weleens om tegen Gods bedoeling in te gaan. Hoe pijnlijk ook, het lijkt erop dat niemand perfect leeft naar Gods maatstaf. Klik hier om te lezen wat de Bijbel daarover zegt.

Zonder zonde?
Natuurlijk kunnen we ons best doen om een zo goed mogelijk leven te leiden. Naar de menselijke maatstaf slagen sommigen daar best aardig in, een enkeling misschien zelfs heel goed. Maar echt helemaal zonder zonde? De Bijbel constateert op verschillende plaatsen dat eigenlijk niemand zonder zonde is. Zie bijvoorbeeld Prediker 7:20 en Romeinen 3:10-12.

Ook de mensen in Jezus’ tijd beseften dat. Lees Johannes 8:1-11 maar eens: als een boze menigte iemand wil lynchen, vraagt Jezus wie van hen zonder zonde is. Die mag dan beginnen met de lynchpartij, zegt Jezus. Maar wat gebeurt er? Een voor een druipen ze af. Ze beseffen dat ze zelf eigenlijk geen haar beter zijn…

Grote gevolgen
Nu zou je kunnen denken dat zonde vooral Gods probleem is. Jammer voor Hem dat we tegen Zijn bedoeling ingaan. Maar zonde heeft wel degelijk gevolgen voor onszelf! Grote gevolgen, zelfs.

Om te beginnen zorgt zonde voor een berg ellende in de wereld. Dat zien we elke dag om ons heen. Daarvoor hoef je het nieuws maar aan te zetten. In Les 3 kwam de vraag langs: waarom laat God zoveel ellende toe? Geen makkelijke vraag, maar een deel van het antwoord is dit: veel van die ellende laat Hij toe omdat wij dat zelf willen. Natuurlijk had God van ons een soort willoze robots kunnen maken. Maar omdat Hij een relatie met ons wilde, heeft Hij ons een vrije wil gegeven. En helaas gebruiken we die maar al te vaak om een hoop ellende te veroorzaken. Dat was nooit Gods bedoeling. Maar Hij houdt zoveel van ons dat Hij ons de vrijheid geeft om het fout te doen.

Een tweede gevolg is dat zonde zorgt voor een verbroken relatie met God. God wil een liefdevolle relatie met ons. Maar door onze ongehoorzaamheid is dat niet meer mogelijk. Dat gold voor Adam en Eva, en dat geldt ook voor ons. Door de zonde is er een enorme kloof ontstaan tussen God en mensen. (Zie ook Jesaja 59:1-2.)

Misschien sta je er niet zo bij stil dat die kloof er is, of lijkt het je niet zo’n probleem. Veel mensen denken dat ze prima zonder een relatie met God kunnen leven. Dat kan in zekere zin ook wel, maar dat is nooit zo mooi als het had kunnen zijn. Lees hier een vergelijking om dit te verduidelijken.

Een afgebroken tak
Iemand vergeleek de verbroken relatie met God eens met een afgebroken tak van een kastanjeboom. Een tak die van een kastanjeboom is afgebroken, is nog niet echt dood. Als je zo’n tak op water zet, is het bijvoorbeeld mogelijk dat er nieuwe blaadjes aankomen. Zo’n vaasje met takken kan er nog best leuk uitzien. Maar: die losse takken zullen nooit meer kastanjes voortbrengen. Dat kan alleen als de takken verbonden zijn met de boom. De afgebroken takken bereiken hun doel niet meer…

Zo is het ook met mensen. Als onze relatie met God wordt verbroken, als we niet langer verbonden zijn met God, dan zijn we net als die afgebroken takken. We leven nog wel. Maar het mooiste dat God voor ons leven heeft bedoeld, komt niet tot ontwikkeling. Er ontbreekt iets. We missen ons doel.

Zonde heeft nog een groot gevolg: de dood. Ook dat zie je al bij Adam en Eva. In het begin leefden ze samen met God – en ze zouden nooit sterven! Echter, toen Adam en Eva tegen God kozen, werden ze niet alleen gescheiden van God – ze verloren ook hun eeuwige leven. God had Adam en Eva zoals gezegd gewaarschuwd dat ze zouden sterven als ze van die ene boom zouden eten. Van de dood was helemaal nog geen sprake toen alles nog goed was. De dood is niet iets wat bij God vandaan kwam. De dood kwam van het kwaad. Zo was het voor Adam en Eva; zo is het ook voor ons. (Zie ook Romeinen 5:12.)

Maar… kan God de zonde dan niet door de vingers zien? Als Hij toch liefde is… Maar nee, zo werkt het niet. In Les 3 bleek al dat God ook rechtvaardig is (Deuteronomium 32:4). Vergelijk het met een rechter: zouden we willen dat inbrekers of moordenaars de rechtbank uit mogen lopen zonder straf, omdat de rechter hun misdaden door de vingers ziet? Verder bleek dat God streng is voor wie Hem ongehoorzaam zijn (Romeinen 11:22). Vergelijk het maar met de opvoeding van kleine kinderen: als een kind niet luistert, krijgt het straf (ook al houdt de ouder zielsveel van het kind). Ook dat vinden we een normaal principe.

En dus heeft zonde grote gevolgen. Allerlei ellende in de wereld, geen contact meer met God en geen uitzicht meer op een eeuwig leven met God. Je zou er boos, gefrustreerd of verdrietig van kunnen worden. Het klinkt allemaal zo hopeloos…

Maar gelukkig houdt het verhaal hier niet op! God houdt zó veel van ons, dat Hij er alles voor over heeft gehad om de verbroken relatie met ons te herstellen. Hoe Hij dat precies heeft gedaan, hoor je in Les 7.

Geplaatst in Cursus